Vraag 2.
1e
De relatie met de vereerde godheid verdiepen en

2e
Het gebed extra “kracht” te geven.
Vraag 4.
Een
maaltijd wordt verboden. Dat komt niet vaak voor. Daarom is het opmerkelijk.
Vraag
6.
Berouw
is zeggen dat je ergens spijt over hebt.

Vraag 8.
Vasten
is het jezelf ontzeggen van bijvoorbeeld voedsel en drinken. Het loslaten van
aardse verlangens.

Vraag 10.
Door
dat je minder aandacht besteed aan dat wat je normaal doet houdt je tijd en
aandacht over voor het godsdienstige.
Je
maakt je dan vrij om bijvoorbeeld meer te lezen uit heilige boeken of om meer
te bidden.

Niet
om op te vallen bij mensen, maar bij de godheid die wordt vereerd.
Vraag 11a.
- Dat vasten al heel lang wordt gedaan.
-
Dat vasten wordt gebruikt om de goedheid van de
godheid op te wekken (hier de God van Israël)
- De goedheid van de
godheid niet altijd begrepen werd door Jona.
Vraag 11b.

Dat
de God van Jona barmhartig is. Hij vergeeft liever
dan dat Hij vernietigt.
Dat
de God van Jona niet zonder waarschuwingen straft.
Dat
de God van Jona naar mensen luistert. Dat hij
rekening met hen houdt.
Etc.
11c
t/m e
Eigen
mening.
Vraag 11c
Wat wil deze tekst
zeggen mbt het vasten?
Dat
je vasten niet moet doen voor het oog van de mensen om te willen op vallen.
Vraag 12.
Door rechtvaardig vasten:
Zal
je stralen als de morgenzon,

Bij
ziekte zal je snel herstellen,
Je
zal beschermt worden,
Je
zal hulp van Boven ontvangen.
De zon breekt door in
donkere dagen.
Voorbeeld
van valkuilen zijn: vraatzucht en hoogmoed
Vraag 13
Men kan vasten door bijvoorbeeld:
Minder TV te kijken, Met de fiets naar school
i.p.v. met de tram,
40 dagen op water en brood, minder kletsen en meer
denken etc.
Vraag 14.
Tijdens de Ramadan
heeft de profeet zijn eerste boodschappen ontvangen, in de berg Hira te Mekka.
Vraag
16

Hoogmoed = denken
dat je beter bent dan anderen.
Toets: de even vragen
+ vraag 11, van het “vastenstencil”.