Closereading vragen.
- Waarom
keek David gespannen naar de Heer, r2?
- Wat
deed de Heer zoal volgens r2 en r3?
- Omschrijf
dat in je eigen woorden!
- Waarom
leerde God hem een nieuw lied, r4?
- Heeft
de godheid die David vereert veel voor David gedaan, r6?
- Waarvan
is David doordrongen, r7?
- Wat
wordt daar mee bedoeld?
- Wat
wil de Heer wel, r7-r9?
- Waar
zegt David: Hier ben ik, r8?
- Wat
wordt bedoeld met “uw wet staat …. In r9?
- Waarom
kan David niet zwijgen, r10?
- Wat
is het verschil in de stemming
/ de sfeer tussen r4 en r13?
- Wat
overweldigt David, r13?
- Wat
wordt bedoeld met: meer dan de haren op mijn hoofd, r13?
- Hoe
zou je de situatie noemen waar David zich in bevindt in r12-16?
- Leg
uit wat er in r14 moet
gebeuren?
- Wanneer
ben je gelukkig volgens David, r5?
- Waaruit
blijkt dat David doet wat staat in r5?
- Verklaar
de titel: diepe vreugde?
- Waar
moet geen geheim van worden gemaakt, r11?
|
|
