Jodendom, Abraham :

 

Streep de onjuiste antwoorden met potlood door.

  1. Ismaël is de zoon van Abraham en Sarah / Hagar.
  2. Isaäc is de zoon van Abraham en Sarah / Hagar.
  3. Hagar is de vriendin / slavin van Sarah.
  4. Abraham stuurt Sarah / Ismaël / Isaäc/Hagar weg.
  5. Abraham leert zijn zoon iets te offeren dat gemist kan worden / veel voor hem betekent.
  6. De zoon uit Sarah / Hagar betekent het minst/meest voor Abraham.
  7. Abraham wordt door JHWH gevraagd zijn zoon te slachten / te offeren.
  8. Abraham is voor de joodse religie een aardsvader / een profeet.
  9. Deze gebeurtenis leert dat JHWH van mensen wel / geen mensenoffers wil.
  10. Het beloofde land is een onzichtbaar / zichtbaar koninkrijk