| Scene | Antwoord 1 | Antwoord 2 | Thema voorbeeld | |
| 1 | Maria zegt Jozef dat ze bezocht is door | Jozef zelf | Een engel | iets onmogelijks moeten vertellen |
| 2 | Johannes de doper leert de mensen | Wie Jesus is. | Beter te leven. | Leren goed te doen. |
| 3 | Johannes noemt Jesus | Zoon van God. | Lam van God | De komst van iemand aankondigen |
| 4 | In de woestijn biedt Satan Jesus | Macht over de aarde. | Een overzicht van de aarde | Toegeven aan het kwaad |
| 5 | Op de bruiloft in Kana maakt Jesus van water | Wijn | Bloed. | Laten zien wie je bent |
| 6 | Petrus en Jesus gaan samen | Bidden | Vissen. | Iets onverwachts doen |
| 7 | Een lamme man die niet kan lopen wordt | Genezen. | Weggestuurd. | Iemand helpen "opstaan" of opstaan |
| 8 | Als Barnabas Jesus op zijn wang slaat | Vergeeft Hij hem. | Biedt hem de ander wang aan | Omgaan met geweld. |
| 9 | Een vrouw die haar man ontrouw is (overspel). | Wordt gestenigd. | Wordt vergeven. | Vergeving ontvangen |
| 10 | Als de menigte te groot voor Hem wordt | Maakt Hij groepen. | Kiest hij hulpen. | Anderen vertrouwen als je zelf. |
| 11 | Als Lazerus is overleden dan gaat Jesus | Lazarus opwekken. | Lazarus zegenen. | Iemand nieuwe levenskansen bieden |
| 12 | Jesus gaat Jeruzalem als koning binnen op een | Kameel | Paard. | Laten zien hoe je bent. |
| 13 | Als Jesus zijn lijden en dood voorspelt | Is Petrus voor. | Is Petrus tegen. | Iets goeds doen als anderen tegen zijn |
| 14 | De strijd van Jesus is tegen | De wrede romeinen | Tegen de slavernij van de zonde | Slaaf zijn van iets. |
| 15 | De hoge priester wil dat Jesus | Sterft | Koning wordt. | Iemand de schuld geven |
| 16 | Tijdens het laatste avondmaal drinken de ll-en | Brood en wijn | Vlees en bloed. | Afscheid nemen. |
| 17 | Door Zijn lijden vindt men de kracht om | Ook te lijden | Goed te doen. | Voorbeeld hebben aan iemand. |
| Verwerkingstoets / Opdracht. | ||||
| a. Geef een korte omschrijving van de scenes die bij de vragen horen. | ||||
| b. Bedenk een tweede thema dat bij de scene past (het eerste thema is gegeven als voorbeeld). | ||||
| c. Geef bij elk thema, twee voorbeelden uit de praktijk van het dagelijks leven. | ||||
| d. Zoek een passend plaatje bij elk thema en plak deze op de juiste plaats. | ||||
| Doel van de opdracht: laten zien dat je de inhoud van de film verwerkt en begrepen hebt. | ||||