
Pinoccio.
Pinoccio is een marionet, een houten pop. De pop beweegt als de
poppenspeler aan de touwtjes trekt. Een houten pop kan niet zelf bewegen. Hij
wordt door anderen bewogen. Door aan de touwtjes te trekken. De pop heeft geen
eigen wil. Het kan niet denken. Het kent geen kou of warmte, goed of kwaad. De
maker kan doen met de pop wat hij wil. De maker geeft hem zelfs een naam. Hij
speelt met de marionet. Een houten marionet kan niet praten, luisteren,
reageert niet. De liefde gaat één kant op geven. Van de maker naar de marionet.
De maker wil een levende jongen. Hij wenst dat de marionet gaat leven. Hij wil
gezelschap, omgang met anderen. Alleen is maar alleen.

(Dikgedrukte vragen vind je niet in de tekst.
Denkvraag dus!)

Pinokkio de marionet wordt
een levende houten pop.
Niet meer van bovenaf bestuurd
door de touwtjes. Zelf de benen en armen bewegen. Zelf bepalen waar je gaat of
staat. Nog geen echt levende jongen, geen echt mens. Wel levend maar niet van
vlees en bloed. Daarvoor moet nog veel worden geleerd. Het verschil tussen goed
en kwaad, naar zijn geweten luisteren. Een stem helpt hem om te kiezen voor het
juiste, voor datgene wat onaangenaam, onprettig lijkt. Hem helpen een echte
jongen te worden, de juiste keuzes te maken. Luisteren naar zijn geweten, te
doen wat dat beveelt. Nu is de maker van de marionet de vader van een houten
zoon. Vader maakt keuzes voor het kind. Er zijn nu onzichtbare touwtjes. Zoon
lief moet naar school. In vrijheid, zelf keuzes maken. Om naar school te gaan
of artiest te worden of naar luilekkerland. Moet….Was
zoon net blij met het leven dat hij had gekregen, nu MOET hij naar school.
Luisteren naar zijn vader. Luisteren naar zijn geweten. Waar is nu de vrijheid?
Wat is dat, vrijheid?