Pinoccio.

 

Pinoccio is een marionet, een houten pop. De pop beweegt als de poppenspeler aan de touwtjes trekt. Een houten pop kan niet zelf bewegen. Hij wordt door anderen bewogen. Door aan de touwtjes te trekken. De pop heeft geen eigen wil. Het kan niet denken. Het kent geen kou of warmte, goed of kwaad. De maker kan doen met de pop wat hij wil. De maker geeft hem zelfs een naam. Hij speelt met de marionet. Een houten marionet kan niet praten, luisteren, reageert niet. De liefde gaat één kant op geven. Van de maker naar de marionet. De maker wil een levende jongen. Hij wenst dat de marionet gaat leven. Hij wil gezelschap, omgang met anderen. Alleen is maar alleen.

 

 

 

(Dikgedrukte vragen vind je niet in de tekst. Denkvraag dus!)

 

  1. Wat is een marionet?

 

  1. Wat kan een marionet wel?

 

  1. Wat kan een marionet niet?

 

  1. Wie bepaalt wat de marionet doet?

 

  1. Heeft de marionet een “eigen wil”?

 

  1. Wat wil de poppenmaker?

 

  1. Houdt de Marionet van de poppenmaker?

 

  1. Hoe weet je dat?

 

  1. Kan de Marionet of de poppenmaker goed is?

 

  1. Is alleen zijn leuk?

 

  1. Is altijd alleen zijn leuk?

 

  1. Wie zou “God” in dit verhaal kunnen zijn?

 

  1. Wie stelt de mens voor in dit verhaal?

 

  1. Zou “God” willen dat de mens een Marionet is?

 

  1. Waarom?

 

  1. Zou jij een marionet willen zijn?

 

  1. Waarom?

 

  1. Zou jij een marionet van “God” willen zijn?

 

  1. Waarom?

 

 

 

Pinokkio de marionet wordt een levende houten pop.

Niet meer van bovenaf bestuurd door de touwtjes. Zelf de benen en armen bewegen. Zelf bepalen waar je gaat of staat. Nog geen echt levende jongen, geen echt mens. Wel levend maar niet van vlees en bloed. Daarvoor moet nog veel worden geleerd. Het verschil tussen goed en kwaad, naar zijn geweten luisteren. Een stem helpt hem om te kiezen voor het juiste, voor datgene wat onaangenaam, onprettig lijkt. Hem helpen een echte jongen te worden, de juiste keuzes te maken. Luisteren naar zijn geweten, te doen wat dat beveelt. Nu is de maker van de marionet de vader van een houten zoon. Vader maakt keuzes voor het kind. Er zijn nu onzichtbare touwtjes. Zoon lief moet naar school. In vrijheid, zelf keuzes maken. Om naar school te gaan of artiest te worden of naar luilekkerland. Moet….Was zoon net blij met het leven dat hij had gekregen, nu MOET hij naar school. Luisteren naar zijn vader. Luisteren naar zijn geweten. Waar is nu de vrijheid? Wat is dat, vrijheid?

 

  1. Al de levende houten pop leeft is hij dan een echte jongen?

 

  1. Wat moet de levende houten pop leren?

 

  1. Van wie?

 

  1. Wie helpt de levende houten pop?

 

  1. Wat is “het geweten”?

 

  1. Wat is onaangenaam of onprettig?

 

  1. Vind jij dat ook?

 

  1. Wat wordt bedoeld met onzichtbare touwtjes?

 

  1. Waarom wordt de levende houten pop niet meteen een mens?

 

  1. Zou zo iets ook voor mensen gelden?

 

  1. Wat is vrijheid?

 

  1. Bestaat dat voor de levende houten pop?

 

  1. Waarom wel / niet?

 

  1. Bestaat dat voor jou?

 

  1. Is dat leuk, naar school gaan?

 

  1. Denk je dat Pinokkio graag naar school gaan?

 

  1. Wat wordt bedoeld met luilekkerland?

 

  1. Wat wordt bedoeld met artiest worden?

 

  1. Is vrijheid belangrijk? Waarom?