Man van wonderen.

Over geen enkele andere man zijn zoveel verhalen van wonderen bekend als van Christus Jezus. Hieronder een greep uit de vele verhalen. Genezing van blinden, lammen en melaatsen. Het waren tekenen zodat de mensen konden weten dat hier DE Messias is. De beloofde man die door zijn leven de mensen KRACHT zou geven het kwade te overwinnen door het goede te doen. Nog steeds gebeuren deze wonderen. In de bedevaartplaats LOURDES bijvoorbeeld, hangen de loopkrukken van genezen mensen.

Ze waren onder de indruk van wat hij hun leerde, want zijn woorden hadden gezag. Nu was daar in de synagoge een man die in de macht was van een onreine, demonische geest. En hij schreeuwde luid: ‘Hé, Jezus van Nazaret!

Wat wilt u van ons? Bent u gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie u bent: u bent de heilige van God!’ Jezus zei streng: ‘Zwijg en ga uit de man weg.’

De demon wierp de man midden in de synagoge tegen de grond en ging uit hem weg zonder dat de man letsel opliep. Allen stonden versteld en ze zeiden onder elkaar: ‘Wat is dit voor een spreken? Wat een macht, wat een gezag! Hij geeft de onreine geesten bevel te gaan en ze gaan!’ En overal in de omtrek werd over hem gesproken.

 

  1. Een synagoge is ……………………………………………………………………….
  2. Een demon is …………………………………………………………………………
  3. Waarover verbaasden de mensen zich? ………………………………………………

     

     

    Jezus verliet de synagoge en ging naar het huis van Simon.

    De schoon-moeder van Simon lag met hoge koorts op bed, en ze vroegen hem iets voor

    haar te doen. Hij ging bij het hoofdeinde staan, sprak de koorts streng toe en deze verdween. Zij stond onmiddellijk op en ging voor hen zorgen.

    Na zonsondergang brachten alle mensen hun zieken met hun verschillende kwalen naar hem toe. Hij legde hun stuk voor stuk de handen op en

    genas hen.

     

  4. Wat is er zo opmerkelijk na de genezing van de schoonmoeder van Simon?

…………….………………………………………………………………………….

 

 

Op een keer, toen Jezus weer in een stad was, was er een man die helemaal melaats was. Toen hij Jezus zag, wierp hij zich voor hem neer en smeekte: ‘Heer, als u wilt, kunt u mij rein maken.’ Jezus stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het; word rein.’ En meteen verdween zijn melaatsheid.

‘Zeg het tegen niemand,’ beval Jezus hem, ‘maar ga u aan de priester laten zien en breng voor uw genezing een offer, zoals Mozes het heeft voorge-schreven. Dan heeft men het bewijs van uw genezing.’

 

Er werd steeds meer over Jezus gesproken en massa’s mensen stroomden samen om naar hem te luisteren en om van hun kwalen genezen te worden.

En nu kwamen daar een paar mannen, met op een draagbed iemand die verlamd was. Ze probeerden hem naar binnen te brengen en voor Jezus neer te leggen.

 

Maar doordat er zoveel mensen waren, zagen ze er geen kans toe. Daarom gingen ze het dak op en lieten hem met bed en al door het lemen dak naar beneden zakken, midden tussen de mensen en vlak voor Jezus.

Bij het zien van hun geloof zei hij tegen de man: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’

 

  

 

De schriftgeleerden en de Farizeeën begonnen tegen elkaar te zeggen: ‘Wat is dat voor iemand? Wat hij zegt is godslastering! ( = het beledigen van God) Want alleen God kan zonden vergeven!’

Maar Jezus begreep wat ze dachten. ‘Wat denkt u nu bij uzelf?’ vroeg hij hun. ‘Wat is eenvoudiger? Te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of: Sta op en loop? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon de macht heeft hier op aarde zonden te vergeven.’ Toen richtte hij zich tot de verlamde: ‘U zeg ik: sta op, pak uw bed op en ga naar huis!’ Op hetzelfde moment stond de man op, voor hun ogen, pakte zijn draagbed, en ging naar huis, God lovend.

De mensen waren buiten zichzelf, ze prezen God en vol ontzag riepen ze: ‘Vandaag hebben we iets ongelooflijks gezien!’

 

  1. Waarom stroomden de mensen samen naar Jezus?

    ………………………………………………………………………………………..

  2. Waarom vinden de schriftgeleerden dat Jezus God beledigd?

    ………………………………………………………………………………………..

  3. Wat wordt bedoeld met ongelooflijks gezien?

………………………………………………………………………………………..

 

Ze vaarden naar het gebied van de Gerasenen, dat tegenover Galilea ligt.

Toen hij aan land was gegaan, kwam uit de stad een man op hem af. Het was iemand die bezeten was. Hij liep altijd zonder kleren rond en een huis

had hij niet; hij woonde in grotten met graven. Toen hij Jezus zag, gaf hij een schreeuw, viel voor hem neer, en riep: ‘Jezus, Zoon van de allerhoogste God, wat wilt u van me? Ik smeek u: pijnig me niet!’ Jezus had namelijk de onreine geest bevel gegeven uit de man weg te gaan. Al dikwijls had die geest

hem meegesleurd en dan hadden de mensen hem aan handen en voeten gebonden om hem in bedwang te houden. Maar elke keer verbrak hij zijn boeien en werd hij door die demon de woestijn ingedreven. Jezus vroeg hem: ‘Wat is uw naam?’ ‘Legio,’ antwoordde hij. Want veel demonen waren bij de man ingetrokken.

 En de demonen smeekten hem, dat hij hun niet zou opdragen zich in de afgrond te storten. Nu werd daar op de helling van een heuvel een grote kudde varkens gehoed. De demonen vroegen hem toestemming om bij die varkens hun intrek te nemen; hij stond hun dat toe.

En ze gingen weg uit de man en trokken in bij de varkens, en de kudde stormde de helling af, het meer in en verdronk.

 

Toen de varkenshoeders zagen wat er gebeurde, vluchtten ze weg en vertelden het overal in de stad en op het land. De mensen gingen kijken wat er gebeurd was. Bij Jezus gekomen, vonden ze de man aan zijn voeten zitten, nu bevrijd van de demonen, gekleed en bij zijn volle verstand. Ze schrokken ervan. Degenen die het gezien hadden, vertelden hun hoe de bezeten man gered was. Toen verzochten al die mensen uit het gebied van de Gerasenen Jezus om weg te gaan; zo groot was hun angst. Hij ging in de boot en keerde terug. De man die van de demonen was bevrijd, vroeg hem of hij bij hem mocht blijven. Maar Jezus stuurde hem weg: ‘Ga naar huis terug, en vertel alles wat God voor u heeft gedaan.’ En de man ging terug en verkondigde in de hele stad wat Jezus voor hem gedaan had.

 

  1. Waarom schreeuwde de bezeten man naar Jezus?

    ………………………………………………………………………………………..

  2. Waarom waren de mensen geschrokken?

    ………………………………………………………………………………………..

  3. Wat is het lot van de demonen die worden uitgedreven?

……………………………………………………………………………………….

 

 

 

Daarna ging Jezus naar een stad die Naïn heet. Zijn leerlingen gingen met hem mee en ook een grote menigte mensen. Toen hij de stadspoort naderde, droeg men juist een dode naar buiten. Het was de enige zoon van een weduwe, en een heleboel mensen uit de stad liepen met haar mee. Toen de Heer haar zag, was hij met haar begaan. ‘Huil maar niet,’ zei hij. Hij ging naar de draagbaar toe en raakte die aan. De dragers hielden stil. ‘Jongen,’ zei hij, ‘ik zeg je: sta op!’ En de dode kwam overeind en begon te spreken,

en Jezus gaf hem aan zijn moeder terug. De mensen raakten diep onder de indruk en ze begonnen God te eren: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan; God heeft zich om zijn volk bekommerd.’ Wat Jezus hier gedaan had, werd al gauw bekend, in heel het Joodse land en daarbuiten.

 

  1. Waarom waren de mensen diep onder de indruk?

…………………………………………………………………………………………….