Het leven van Jezus.

De vier getuigen.

Er zijn slechts vier boekjes opgenomen in de Bijbel over het leven van Jezus. Deze boekjes worden Evangelie genoemd. Evangelie betekent Blijde Boodschap. Men kent het Evangelie van de volgende personen: Matheüs, Marcus, Lucas en Johannes. Alle vier hebben op hun eigen wijze geschreven over Jezus. In dit stencil gaan we bestuderen hoe zij hun boekje begonnen.

 

1. Uit het Evangelie volgens Matheus hoofdstuk 1.

Lijst van voorouders van Jezus Christus, nakomeling van David, nakomeling van Abraham: Abraham was de vader van Isaak, Isaak van Jakob en Jakob van Juda en zijn broers.Juda was de vader van Peres en Zerach; Tamar was hun moeder. Peres was de vader van Chesron, Chesron van Aram, Aram van Amminadab, Amminadab van Nachson en Nachson van Salmon.

Salmon was de vader van Boaz; Rachab was zijn moeder. Boaz was de vader van Obed; Ruth was zijn moeder. Obed was de vader van Isaï en Isaï de vader van koning David. David was de vader van Salomo; zijn moeder was de vrouw van Uria. Salomo was de vader van Rechabeam,

Rechabeam van Abia, Abia van Asaf en Asaf van Josafat. Josafat was de vader van Joram, Joram van Uzzia, Uzzia van Jotam, Jotam van Achaz en Achaz van Hizkia.

Hizkia was de vader van Manasse, Manasse van Amos, Amos van Josia en Josia van Jechonja en zijn broers. En in de tijd van Jechonja werd het joodse volk in ballingschap weggevoerd naar Babylon. Na de Babylonische ballingschap was Jechonja de vader van Sealtiël, Sealtiël van Zerubbabel, Zerubbabel van Abihud en Abihud van Eljakim. Eljakim was de vader van Azor, Azor van Sadok, Sadok van Achim en Achim van Eliud. Eliud was de vader van Eleazar, Eleazar van Mattan, Mattan van Jakob, Jakob van Jozef; Jozef was de man van Maria en uit haar is Jezus geboren die Christus wordt genoemd.

 

 

 

2. Uit het Evangelie volgens Marcus hoofdstuk 1.

Het evangelie van Jezus Christus, zoon van God. Het begon zoals het bij de profeet Jesaja staat beschreven: Hier is mijn gezant, zegt God; ik stuur hem voor u uit om voor u de weg te effenen. Iemand roept in de woestijn: Maak vrij de weg van

de Heer, maak recht zijn paden! Dat gebeurde toen Johannes in de woestijn doopte

en verkondigde: ‘Begin een nieuw leven en laat u dopen, dan zal u vergeven worden wat u misdaan hebt.’ Heel Judea liep uit, en ook alle inwoners van Jeruzalem kwamen naar hem toe. Ze lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan en ze kwamen openlijk uit voor hun zonden.

Johannes droeg kleren van kameelhaar en een leren riem om zijn middel; en hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. Hij maakte bekend: ‘Na mij komt er iemand die machtiger is dan ik; ik zou nog niet voor hem durven bukken om de riem van zijn sandalen los te maken. Ik heb u gedoopt met water, maar hij zal u dopen met heilige Geest.’ In die tijd kwam ook Jezus daar, uit Nazaret in Galilea, en hij liet zich door Johannes dopen in de Jordaan.

Op het moment dat hij uit het water opstond, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen. En er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, de man naar mijn hart.’

 

 

3. Uit het Evangelie volgens Lucus hoofdstuk 1.

In de tijd dat Herodes koning was van Judea, was er een priester die Zacharias heette en tot de priestergroep van Abia behoorde. Zijn vrouw heette Elisabet en stamde af van Aäron. Het waren vrome mensen, ze leefden geheel volgens de geboden en de voorschriften van de Heer. Kinderen hadden ze niet, Elisabet was

onvruchtbaar. Beiden waren al op hoge leeftijd. Op een keer deed Zacharias dienst in de tempel van God, omdat het de beurt van zijn priestergroep was.

Volgens het gebruik bij de priesterdienst was er geloot, en hij was aangewezen om het heiligdom van de Heer binnen te gaan en er het wierookoffer te brengen. Terwijl Zacharias het wierookoffer bracht, stonden de mensen buiten te bidden.

 

 

4. Uit het Evangelie volgens Johannes hoofdstuk 1.

In het begin was het Woord. Het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Door het Woord is alles ontstaan en zonder het Woord is er niets ontstaan.

In het Woord was leven, en dat leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet kunnen doven.

Er kwam iemand die een gezant van God was; zijn naam was Johannes. Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht, zodat door hem alle mensen tot geloof zouden komen. Zelf was hij het licht niet; hij moest getuigen van het licht, het echte licht, dat ieder mens verlicht, en dat kwam in de wereld.