Veel religies noemen als bron van alle kwaad: het instemmen met influisteringen van Satan of de duivel. Deze geest zou mensen misleiden met iets dat mooi of goed lijkt. Hij zou dat doen via de fantasie en de gedachtenwereld van de mens. Als een mens op de misleiding ingaat voelt deze zich achteraf onprettig of schuldig. Men zegt ook wel:"Hij heeft last van een knagend geweten". Misschien zou je kunnen zeggen dat Satan wensen van mensen vervult waarmee zij denken gelukkig te worden. Achteraf pakt dat anders uit dan verwacht.
De religie leert dat Satans geluk zou liggen in de eeuwige scheiding tussen de mens en zijn schepper. Uiteindelijk zou dit een verblijf in een plaats van geween en tandengeknars.

Uit Genisis Hoofdstuk 2 en 3.

De slang was het slimste dier dat God, de Heer, gemaakt had. Hij zei tegen de vrouw: God heeft zeker gezegd dat jullie van geen enkele boom in de tuin de vruchten mogen eten? De vrouw antwoordde: We mogen van alle bomen in de tuin eten, behalve van de boom in het midden van de tuin. God heeft gezegd dat we die boom zelfs niet mogen aanraken, want anders zouden we sterven. Maar de slang zei: Sterven? Je zult helemaal niet sterven! Integendeel, God weet dat jullie de ogen open zullen gaan zodra je ervan eet. Dan zul je aan hem gelijk zijn en inzicht hebben in goed en kwaad. De vrouw zag dat er heerlijke vruchten aan de boom hingen. Ze zagen er aanlokkelijk en veelbelovend uit: door ervan te eten zou je verstandig kunnen worden! Daarom plukte ze wat vruchten van de boom en at ervan; ook gaf ze wat aan haar man en hij at er eveneens van. Toen gingen hun de ogen open, ze ontdekten dat ze naakt waren. Daarom bonden ze vijgenbladeren om hun heupen.
Uit Matheόs hoofdstuk 3.
De Geest leidde Jezus naar de woestijn, waar de duivel hem op de proef zou stellen.
Veertig dagen en veertig nachten vastte hij; toen kreeg hij honger. Op dat ogenblik kwam de duivel hem verzoeken: Als u de Zoon van God bent, zeg dan dat deze stenen veranderen in brood. Maar Jezus antwoordde: Er staat geschreven: Een mens moet niet van brood alleen leven; laat hij ook leven van elk woord dat God spreekt.
Tenslotte bracht de duivel hem op een heel hoge berg en liet hij hem alle koninkrijken op de wereld zien met al hun pracht. En hij zei: Dit alles zal ik u geven, als u voor mij neerknielt en mij aanbidt. Toen zei Jezus tegen hem: Ga weg, Satan, want er staat geschreven: Aanbid de Heer, uw God, en vereer alleen hem. Toen liet de duivel hem met rust. Er kwamen engelen bij hem en zij dienden hem.
