Het Leven van Jezus.

maak bekers eerst van binnen schoon, dan worden ze het van buiten ook! ............Wacht maar, schriftgeleerden en Huichelaars!!!!....

Botsingen met mensen die hun geloof kennen maar niet doen.

De wet van Mozes zegt dat op Sabbat niet mag worden gewerkt. Jezus en de Farizeeën hebben daar een meningsverschil over:

Hij kwam weer in de synagoge. Daar was een man met een verstijfde hand. De Farizeeën hielden Jezus scherp in het oog om te zien of hij hem op sabbat zou genezen; dan konden ze een aanklacht tegen hem indienen. Jezus zei tegen de man met de verstijfde hand: ‘Kom in het midden staan.’ Toen vroeg hij de aanwezigen: ‘Mag men op sabbat goeddoen of kwaaddoen? Mag men op sabbat een leven redden of mag men doden?’ Maar niemand zei iets. Jezus liet zijn blik langs hen gaan, boos en tegelijk verdrietig over hun hardheid. ‘Steek uw hand uit,’ beval hij de man. Dat deed hij en zijn hand was weer gezond. Onmiddellijk verlieten de Farizeeën de synagoge en maakten met de aanhangers van de partij van Herodes plannen om Jezus uit de weg te ruimen.

 

1.1 Titel: …………………………………………………………..

De Farizeeën gingen weg en overlegden met elkaar hoe ze Jezus met een strikvraag konden vangen. Ze stuurden hun leerlingen en een paar aanhangers van de Herodiaanse partij naar hem toe. ‘Meester,’ zeiden zij, ‘wij weten dat u eerlijk bent en echt leert wat God van ons wil. Het doet u niets wat men van u denkt, want u ziet niemand naar de ogen. Zeg ons dus wat u vindt: mogen wij aan de keizer belasting betalen, of niet?’ Maar Jezus kende hun slechtheid en zei:

‘Waarom wilt u mij in de val laten lopen, huichelaars? Laat me eens een belastingpenning zien.’ Ze gaven hem een Romeinse munt. ‘Van wie zijn die afbeelding en dat opschrift?’ vroeg hij. 21 ‘Van de keizer,’ antwoordden ze. ‘Geef dan de keizer wat de keizer toekomt, en God wat God toekomt.’ Verbaasd over dat antwoord, lieten ze hem met rust en gingen weg.

 

1.2 Titel: …………………………………………………………..

Jezus riep de mensen weer bij zich: ‘Luister allemaal en begrijp dit goed: niemand wordt onrein door wat van buitenaf in hem komt, maar dat wat uit de mens naar buiten komt, dat maakt hem onrein.’ Toen Jezus zich teruggetrokken had en een huis was binnengegaan, vroegen zijn leerlingen hem wat hij met die gelijkenis bedoelde.‘Ook jullie missen dus elk inzicht?’ zei hij. ‘Begrijp je niet dat wat bij de mens van buiten naar binnen gaat, hem onmogelijk onrein kan maken? Want het komt niet in zijn hart terecht, maar in zijn buik en gaat op zekere plaats er ook weer uit.’ Zo verklaarde Jezus dus al het voedsel rein.En hij ging verder: ‘Dat wat uit de mens naar buiten komt, maakt hem onrein. Want uit zijn innerlijk, uit zijn hart, komen de slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, kwaadwilligheid, bedrog,onmatigheid, jaloersheid, lasterpraat, hoogmoed, onverschilligheid. Al dit slechte komt uit het innerlijk van de mens en maakt hem onrein.’

 

1.3 Titel: …………………………………………………………..

‘Ik heb eerst één vraag aan u,’ antwoordde hij. ‘Als u mij daarop antwoord geeft, vertel ik u met welk recht ik deze dingen doe. Van wie kreeg Johannes de bevoegdheid om te dopen? Van God of van de mensen?’ Ze begonnen met elkaar te overleggen: ‘Zeggen we: Van God, dan zegt hij: Waarom hebt u Johannes dan niet geloofd?

Maar zeggen we: Van de mensen, dan hebben we het volk te vrezen, want iedereen ziet in Johannes een profeet.’ Daarom gaven ze hem als antwoord: ‘We weten het niet.’ Jezus zei: ‘Dan zeg ik u ook niet met welk recht ik deze dingen doe.’

1.4 Titel: …………………………………………………………..

Toen zei Jezus tegen het volk en tegen zijn leerlingen:‘De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben zich bekleed met het gezag van Mozes. Houd u dus stipt aan alles wat zij u zeggen, maar neem geen voorbeeld aan hun daden. Want ze doen niet wat ze zeggen. Zij binden ondraaglijk zware lasten samen en leggen die op de schouders van de mensen, maar zelf willen ze geen vinger uitsteken om bij het dragen te helpen. Alles wat ze doen, doen ze om op te vallen bij de mensen. Ze zijn gesteld op de beste plaatsen aan tafel en de voorste banken in de synagoge. Ze willen graag gegroet worden op het marktplein en met ‘rabbi’ worden aangesproken. Blinde leiders! U zeeft uw drinken om er een mug uit te halen, maar een kameel slikt u door. Wacht maar, schriftgeleerden en Farizeeën! Huichelaars! Want u maakt bekers en schalen van buiten schoon, maar van binnen zitten ze vol roofzucht en onmatigheid. Blinde Farizeeër, maak bekers eerst van binnen schoon, dan worden ze het van buiten ook! Wacht maar, schriftgeleerden en Farizeeën! Huichelaars! Zo lijkt ook u van buiten wel rechtvaardig, maar van binnen zit u vol huichelarij en verachting voor de wet. Wacht maar, schriftgeleerden en Farizeeën! Huichelaars!

 

1.5 Titel: …………………………………………………………..

En ze kwamen in Jeruzalem. Jezus ging de tempel binnen en begon de kopers en verkopers van het tempelplein te jagen. De tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenhandelaars gooide hij omver. Mensen die met hun handelswaar het plein over wilden, hield hij tegen. Hij wees hen op de Schrift en zei: ‘Staat er niet geschreven: Mijn huis zal ‘Huis van gebed’ heten, voor alle volken? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’ De opperpriesters en de schriftgeleerden hoorden ervan en zochten naar middelen om hem uit de weg te ruimen. Want ze waren bang voor hem, omdat het hele volk onder de indruk was van wat hij hun leerde.