Een
witte steen zo zuiver daalde uit de hoge Hemel neer.
We hebben het hier over het verhaal omtrent de onstaans geschiedenis
van de Kaa'ba in Mekka. Het heiligdom waar islamieten eens in hun leven
naar toe gaan (als het kan).
Men gelooft dat van oorsprong deze steen wit is geweest. Het zwart
worden van de steen wordt verklaard door het opnemen van de zonden van
de mensen.
Met deze historie van de Kaa'ba komen wij dicht bij het kerstverhaal
uit. Ook hierbij daalt iets uit de hemel neer. Een persoon wel te
verstaan. God zelf zou mens zijn geworden. Om zijn bloed te geven.
Bloed zoals bloedvrienden die geven. Door zijn onmetelijk lijden aan
het kruis is deze mens "zwart" geworden. Niet om aan te zien. Zo nam de
levende steen, volgens de christelijke religie, de zonden en de
straffen op zich.
Was onwelkom
beland in
een voederbak.
In Hem was leven, en het leven was
het Licht van de mensen. En het licht schijnt in de duisternis maar de
duisternis nam het niet aan
Joh. 1:3-5
De levende steen
die uit de hemel
neerdaalde
De wereld was door Hem geworden en toch
erkende de wereld Hem niet. Hij kwam in het Zijne maar de zijnen
aanvaardden Hem niet.
Joh. 1:10-11.
Er waren er die Hem zochten te eren. Er wordt gesproken over de drie wijzen uit
het oosten. Over de herders, eenvoudige mensen.
In de omgeving bevonden zich herders die in het open veld gedurende de
nacht hun kudde bewaakte. Plotseling stond een engel des Heren voor hen
en zij werden omstraald door de glorie des Heren. Zij werden met grote
vrees bevangen. Maar de de engel sprak:
"Vrees niet want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die
bestemd is voor het hele volk. Heden is u een Redder geboren, Christus
de Heer.
Anderen zochten Hem te doden:
Zodra Herodes (de wettelijke
joodse koning) ontstak in hevige toorn (=kwaad worden). Hij zond mannen
uit en liet hen naar Bethlehem en heel het gebied daarvan al de jongens
vermoorden van twee jaar en jonger. Toen ging in vervulling wat de
profeet Jeremia had geprofeteerd:
"Een klacht werd te Rama gehoord, geween en luid gejammer, Rachel,
wenend om haar kinderen, wil niet meer getroost worden, omdat zij niet
meer zijn.