Numeri 24:17
Ik kijk in de toekomst: ik zie een gestalte, hij staat op in Israël, zoals een ster rijst aan de hemel.
Jesaja 11:10
Want het zal in die dagen gebeuren, dat de heidenen naar den Wortel van Isai (de stam van koning David), zullen vragen. Deze zal staan tot een banier der volken en Zijn rust zal heerlijk zijn.
Jesaja 7:14
Daarom zal de Heer u ongevraagd een teken geven: uw jonge vrouw is zwanger,zij zal een zoon ter wereld brengen en hem Immanuël, God-met-ons, noemen.
Micha 5:1
Maar jij, Betlehem in Efrata, al heb je in Juda niet veel te betekenen, toch zul jij iemand voortbrengen, die namens mij over Israël heersen zal, zegt de Heer.
Jesaja 9:5-6
Er is een kind geboren, we hebben weer een koningszoon. Op zijn schouders rust de heerschappij. Men zal hem noemen: Wijs Bestuurder, Goddelijke Held, Eeuwige Vader,Vredevorst. Groot is zijn macht, en duurzaam de vrede. Hij neemt plaats op Davids troon, zijn koningschap is gegrondvest op recht en gerechtigheid, nu en voor altijd. De almachtige Heer zal dit tot stand brengen in zijn vurige liefde.
Psalm 2:7
De koning zegt: Luister naar het besluit van de Heer. Dit zijn zijn woorden: Jij bent mijn zoon, vanaf heden ben ik je vader.
Jesaja 40:3-5
Hoor! Iemand roept: Baan een weg voor de Heer, onze God, een weg in de woestijn, een recht pad door de steppe. Hoog dalen op, graaf bergen en heuvels af, trekbochten recht, maak wat oneffen is vlak. Dan zal de Heer verschijnen in al zijn majesteit, heel de mensheid zal getuige zijn. Het zijn zijn eigen woorden.
Maleachi 3:1
De almachtige Heer zegt: Ik stuur mijn bode om voor mij de weg te effenen. Mijn woordvoerder, de engel van het verbond, op wie jullie wachten, is al onderweg. Ik, de Heer, naar wie jullie uitkijken, ik kom plotseling naar mijn tempel.
Jesaja 53:2-7
Zijn dienaar schoot op als een jonge stek, als een wortelstok uit dorre grond: vormeloos en zonder schoonheid, onooglijk en onaantrekkelijk, door iedereen veracht en verlaten. Een man,
getekend door lijden, een man, die weet wat pijn is, een man, voor wie men de ogen sluit; verguisd en niet in tel.
En toch: hij heeft onze ziekten gedragen, al ons leed op zich genomen. Maar wij zagen hem als een uitgestotene, door God geslagen en vernederd. Om onze zonden werd hij doorboord, onder onze schulden vermorzeld. De straf die hij onderging, bracht ons de vrede; de wonden die hij opliep, brachten ons genezing.
Jesaja 53:10-12
Het was de wil van de Heer zijn dienaar te vermorzelen, hem met leed te overladen. Als hij de schuld met zijn leven betaalt, zal hij een nageslacht krijgen en lang blijven leven. Gods plan zal door hem slagen. Na al het lijden dat hij doorstaan heeft, zal hij het licht zien, hij zal leven. De Heer zegt: Mijn dienaar kent mijn wil, hij is onschuldig.
Hij bevrijdt velen van hun schuld en draagt de straf voor hun zonden. Daarom geef ik hem een plaats onder de groten der aarde, ze zullen met hem de macht moeten delen. Vrijwillig heeft hij zijn leven gegeven. Men rekende hem tot de misdadigers, maar de zonden van velen nam hij op zich en voor misdadigers vroeg hij om vergeving.
Zacharia 12:10
Zij zullen hun blik richten op mijn gezant die zij doorstoken hebben en over hem rouwen zoals men rouwt over een enig kind.
Psalm 16:10
U ben ik toegedaan, u levert me niet over aan het dodenrijk, u houdt mij weg van het graf.
Hosea 6:2
Na twee dagen wekt hij ons weer tot leven, de derde dag zal hij ons op doen staan. Wij zullen leven in zijn nabijheid.
2000 jaar geleden, in de tijd van de romeinse bezetting, leefden de Israëlieten onder grote verdrukking. Men hoopte op de komst van de Messias. (De Messias is een door God uitgekozen bevrijder. Denk maar bijvoorbeeld aan Mozes, dat was ook een bevrijder). Het Israëlische volk stond bekend als opstandig. Altijd stonden mensen op die mensenmassa's leidden in het verzet tegen de romeinen. Deze bleken echter niet de beloofde Messias te zijn.
Jezus werd/wordt ook gezien als Messias. Hij bracht het volk, de religieuze leiders en de romeinen in beroering. Door de vele wonderen en zijn gezag bracht hij duizenden op de been. Omdat hij de joodse religieuze leiders aanviel op hun zware regelgeving wilde zij van hem af.
De romeinen zagen in Jezus een groot politiek gevaar en een bedreiging van de openbare orde. Dit alles en nog meer leidde tot zijn arrestatie en kruisiging. Veel van zijn volgelingen lieten Jezus vallen omdat met zijn kruisiging zijn onmacht zou blijken.
Na zijn opstanding uit de dood en vele verschijningen is men de geschriften gaan onderzoeken. Net zoals Jezus hun meerdere malen had voorzegt ontdekte men dat de Messias zou moeten lijden en later uit de dood zou opstaan.
Hieronder staan een aantal van profetieën die eeuwen voor de geboorte van Christus zijn opgeschreven. De oudste geschriften die archeologen hebben gevonden zijn ca 2200 jaar oud. Hierbij behoren ook de teksten van de profeet Jesaja. Deze vervulling van o.a de profetieën van Jesaja over de Messias waren voor een grote groep joden de zoveelste aanwijzing dat Jezus van Nazaret het wel moest zijn.